Artikelen


Een mandenmakerij in Varik rond de Eerste Wereldoorlog

Niet alles is wat het lijkt te zijn. Rondsurfend op het internet, kwam ik op de internetsite over Varik terecht (http://www.varik.nl). Op donderdag 26 februari 2004 besteedde De Gelderlander zelfs enige aandacht aan de website. Er zijn onder meer oude foto's van Varik en Heesselt terug te vinden; bijvoorbeeld van een mandenmakerij in Varik. Ik heb - als streekarchivaris - contact gezocht met de websitebeheerder en gevraagd of het mogelijk was de foto's te lenen ten behoeve van het Streekarchivariaat West-Betuwe. Dit leverde geen enkel probleem op, waarvoor dank aan Alex Olzheim en aan de eigenaar van de foto's, Wien van Driel. Maar wat was er nu precies afgebeeld? Die eerste vraag was het begin van een puzzeltocht, waarbij steeds meer puzzelstukjes op hun plaats vielen, maar het definitieve plaatje nog niet compleet is.

foto1

Het personeel en de eigenaar van de mandenmakerij in augustus 1918 (coll. Wien van Driel).

tekening1

Plattegrond en doorsnede van de mandenmakerij in 1919 (Streekarchivariaat West-Betuwe).

Mandenmakerij

Een speurtocht in het archief van de voormalige gemeente Varik leverde niets op over het ontstaan, het functioneren en de sluiting van het bedrijf aan de Achterstraat 7. In de gemeenteverslagen werd met geen woord over het bedrijf gerept. Alles bleef dus nog in het ongewisse.

Zoals we zullen zien, heeft de mandenmakerij tot in 1922 bestaan. Maar vanaf wanneer dateert het bedrijf? Een oprichtingsakte heb ik niet gevonden, wel blijken er een aantal bouwvergunningen door Jan van den Heuvel te zijn aangevraagd. Drie vergunningen zijn in het geheel niet meer aanwezig en van de derde uit 1919 resteert slechts een tekening.Boven de mandenmakerij op het perceel B nr. 1991 werd toen een woning gebouwd. De eerste bouwvergunning dateerde van 1907 en betreft de bouw van een woning op het perceel B nr. 1661; in 1910 gevolgd door een loods op het zelfde perceel. Op 19 april 1913 werd voor het perceel kad. sec. B nr. 1991 toestemming gegeven voor een met pannen gedekte werkplaats met bestemming mandenmakerij.
Op 27 februari 2004 werd in het gastenboek van de eerder genoemde Varikse website een tekst geplaatst door een tot nog toe anoniem gebleven persoon. Deze was getrouwd met een kleindochter van Jan van den Heuvel. De mandenmakerij zou zijn opgeheven, omdat door het overgaan van de fruitveilingen van manden op kisten een groot deel van de inkomsten wegviel. Dit lijkt een steekhoudend argument, maar het wordt deels tegengesproken door wat bekend is over een andere Varikse mandenmaker, die vermoedelijk niets van doen had met Van den Heuvel.
Op onderstaande foto is het vlechten van manden om grote flessen afgebeeld. Dit soort grote flessen met een in- houd van circa vijfentwintig liter, werd bijvoorbeeld gebruikt voor het vervoer van allerlei zuren en moesten dus goed beschermd zijn om breken door stoten te voorkomen.

foto 2

In zijn standaardboek over glas schreef Soetens dat vanaf 1916 in Tiel de N.V. Demyohn- en Ballonfabriek actief was gespecialiseerd in dit soort grote flessen, beter bekend als demyohns. Deze flessen werden van bodem tot hals van vlechtwerk voorzien. Dit was een vak apart, want 'de vlechters handen bedekken de glasmakers schande'. Elke glasfabriek had een eigen vlechterij, waarbij het vak in de praktijk werd geleerd en van vader op zoon werd doorgegeven. Het benodigde gereedschap werd grotendeels zelfgemaakt. Voor het vlechten werd voornamelijk wilgenteen gebruikt, veelal afkomstig uit Holland.

De werknemers
Over de eigenaar en het personeel viel wel wat meer terug te vinden. Een van de foto's (afbeelding 3) - van augustus 1918 - is eerder afgebeeld in het boekje Varik en Heesselt in oude ansichtkaarten, samen- gesteld door R.J. van Ooijen en E.R. Westerbeek van Eerten, (verschenen bij de Europese Bibliotheek te Zaltbommel in 1980 als foto nr. 3). Bij de beschrijving worden ook de namen vermeld. Als we die overnemen, dan zien we van links naar rechts staand Jan van den Heuvel (de eigenaar), de Belg Sapke, Hendrik Grootveld, nog een Belg, dan Joske, achter het bord met het opschrift weer twee Belgen, het jongetje met de rechterarm over het bord is Toontje van Ielen, Jacob Bruine en de vrouw van de rechter Belg. Zittend aan de linkerkant Henk van Deutekom en Jan Verweij en aan de rechterzijde Jaap de Wit, Gijs van Berghem, een zoontje van het Belgische echtpaar, Barend van Deutekom en ten slotte Willem Gijsen. Maar hieraan kan nog iets worden toegevoegd!
Ik begon met 'Niet alles is wat lijkt te zijn'. In het bevolkingsregister wordt Jan van den Heuvel namelijk vermeldt als koopman, dus geen mandenmaker! Pas bij het opzoeken van de overige namen blijkt toch nog de nodige informatie te vinden te zijn. Behalve dan wat de Belg Sapke betreft! Om wie gaat het dan allemaal?
Jan van den Heuvel was geboren in De Werken op 5 juni 1870 en was gehuwd met Jantje Cornelia Wilhelmina van Ooyen (geboren in Garneren op 28 juli 1875)

foto4

Groepsfoto bij de mandenmakerij te Varik (coll. Wien van Driel). 

Jans vader was de aannemer Kornelis (geboren in De Werken op 22 juni 1840). Zijn moeder was de Liendense Naatje Werner (geboren op 21 mei 1852). Noot: dit is onjuist, Jans vader Kornelis huwde eerst met Joahnna Jacoba Proos op 12 oktober 1865 te Werkendam, hieruit is op 5 juni 1870 Jan geboren. J.J. Proos overleed 15 maart 1879 te Werkendam. Daarna is Kornelis pas met Naatje Werner getrouwd en wel op 15 mei 1884 te Varik. Naatje is op 26 juni 1924 te Delft overleden. In 1904 kwam Jantje vanuit Garneren in Varik wonen. Bij de verhuizing op 31 maart 1922 naar de Trompstraat 63 in Delft gingen Jans kinderen Dirk, Johan Jacobus Roos en Bertus mee. Jan ging daar als vertegenwoordiger werken in de glashandel van zijn neef. In 1935 overleed hij.
Kinderen uit dit huwelijk waren:
1. Cornelis, geboren in Varik op 25 juni 1905. Hij vertrok op 28 mei 1905 naar Delft, keerde op 29 juli 1920 terug, om op 14 augustus 1922 weer naar Delft te vertrekken.
2. Dirk, geboren te Varik op 26 januari 1907.
3. Johan Jacobus Roos, geboren te Varik op 22 september 1908.
4. Bertus, geboren te Varik op 20 maart 1911.
5. Leendert, geboren te Varik op 15 april 1915, overleden 9 januari 1916.
Maar is er ook meer informatie te vinden over de overige mensen op de foto? Bij het identificeren van de personen aan de hand van het bevolkingsregister is het probleem dat er roepnamen en geen officiële voornamen zijn vermeld. Zo weet ik dus niet wie Joske is.
- Hendrik Grootveld blijkt de landarbeider Jan Hendrik van Grootveld, geboren te Varik op 5 februari 1904.
- Toontje van Ielen is Teunis, geboren te Tjomihi (Indonesië) op 30 december1904; hij werd later smid.
- Jacob Bruine is waarschijnlijk de landarbeider Jacob Marinus, geboren teVarik op 9 januari 1894.
- Henk van Deutekom is de mandenma
ker Jan Hendrik, geboren te Varik op 2 april 1904.
- Jan Verweij is waarschijnlijk een landbouwer, geboren te Varik op 17 december 1874.
- Jaap de Wit is de mandenmaker Jacob de Wit, geboren te Varik op 7 april 1897.
- Gijs van Berghem is vermoedelijk de schipper Gijsbert van Berghem, geboren te Varik op 18 oktober 1901.
- Barend van Deutekom is een mandenmaker, geboren te Varik op 2 september 1901.
- Willem Gijsen moet de mandenmaker Willem Johannis zijn, geboren in Ophemert op 9 september 1903. Hij vertrok op 10 september 1929 naar Delft.


foto5

Prachtige manden uit de mandenmakerij met hun makers -links staat Wiliem Gijsen (coll. Wien van Driel).

En wie zijn dan de Belgen op de foto? Het achterhalen hiervan, was een ware zoektocht naar een speld in de hooiberg. In het bevolkingsregister staan ze namelijk niet ingeschreven!


Op 1 september 1915 blijken vier geïnterneerde Belgische militairen vanuit het Interneringsdepot te Zeist in Varik te arriveren. Na enige discussie over de financiën verklaart de Ophemertse arts Hannema zich bereid te zorgen voor medische behandeling en levering van medicijnen en verbandmiddelen. Een van de soldaten had bovendien zijn gezin naar Nederland meegenomen. In 1918 vindt bij Jozef Maes zelfs gezinsuitbreiding met zoon Petrus Jozef plaats. Dat gezin, verder bestaande uit Maria Phelomena de Kerf en Phelemon, woonde overigens kosteloos bij de werkgever in. De soldaten worden op 15 oktober 1915 tewerkgesteld in Van den Heuvels mandenmakerij.
In het bevolkingsregister zal men tevergeefs naar hun namen zoeken. Zij werden hierin niet opgenomen, zoals blijkt uit een brief van de burgemeester in augustus 1918 aan de directeur van het CBS. Op 4 februari 1919 schreef de burgemeester dat de Belgen inmiddels al waren vertrokken richting het interneringsdepot te Harderwijk. Wij komen dan ook de namen te weten, het ging om Jozef Cornelis,Jozef of Joseph Maes, Yvo Huijghe en Albert Stevelin(c)k. Over de laatste Belg is bovendien nog iets extra's te melden: in maart 1916 maakt hij deel uit van de Varikse zangvereniging 'Hoop doet Leven' en neemt deel aan minimaal één uitvoering.

Openbare verkoop
Op 6 oktober 1922 verscheen in de Tielsche Courant de aankondiging van de openbare verkoop van Jan van den Heuvels bezittingen te Varik op 11 oktober twee uur 's middags. Inmiddels was in Den Haag zijn faillissement uitgesproken. Er werd een Brabantse hoge kar en een grote partij manden verkocht. Ondanks een globale omschrijving wordt de gevarieerdheid van manden duidelijk. Het gaat namelijk om sla-, kool-, appel-, wild-, turf- en aardbeimanden. In november werd de hofstede met tuin, teelgrond, schuur en werkplaats door de Tielse notaris Van Heumen verkocht.

Van de Geijn
Cor van Heuckelum, een van de bestuursleden van de Historische Kring West-Betuwe, vertelde ik over de Varikse mandenmakerij. Hij vertelde eerder een oude mandenmaker te hebben gesproken, genaamd Van de Geyn. Deze woonde aan de Paasweg in Varik in een boerderij. Het grootste deel van het jaar was hij bezig met zijn eigen mandenmakerij. Verder bezat hij wat boomgaarden. Een aantal keren per jaar werd het zand-/bagger- schip 'de Zeven Gebroeders' van de familie van Horssen uit Hellouw gecharterd en werden de manden naar Rotterdam verscheept. Een plaats waar Van de Geijn zelf ook geregeld naartoe ging, met een boot van een lijndienst die de Waal afvoer naar Rotterdam. In deze plaats verhandelde hij op markten de door hem gemaakte manden. Het betreft Peter van de Geyn, geboren op 4 september 1897 te Varik, als zoon van de mandenmaker Johannes van de Geyn. Ook Peters broers Johannes Adrianus (geboren te Varik op 11 juli 1900) en Johannes (geboren te Varik op 13 januari 1905) waren van beroep mandenmaker. Bij het verlaten van de ouderlijke woning ging Peter als landbouwer verder, althans volgens het bevolkingsregister. In de praktijk bleef hij ook manden maken. Het maken van bushels en manden bleef een belangrijke inkomstenbron voor hem. Zo is bijvoorbeeld bekend dat hij in 1934 een grote hoeveelheid bushels aan de veiling in Geldermalsen leverde.

Bron: Ron van Maanen zie ook http://www.varik.nl